het hof verwijst voor zijn oordeel naar de uitspraak van de hoge raad van 10 februari 2017. daarin oordeelde de hoge raad dat het vastgoedbesluit van 30 september 2013 zó moet worden uitgelegd dat het feitelijke gebruik van de garageboxen niet bepalend is voor het karakter van de ruimte (multifunctionele ruimte of parkeerruimte). de garageboxen zijn naar hun aard bestemd voor het parkeren van voertuigen en de verhuur ervan is belast met btw.
commentaar
in het vastgoedbesluit staat dat de verhuur van multifunctionele ruimten die primair voor andere doeleinden dan parkeerruimte (kunnen) worden gebruikt, in beginsel geen verhuur van parkeerruimte vormt. in het betreffende besluit hanteert de staatssecretaris het begrip ‘parkeerruimte’ ruim. hij sluit daarbij aan bij de bestemming (qua inrichting) en hij geeft aan dat het gebruik als parkeerruimte niet uitgesloten mag zijn. wordt een parkeerruimte met een woning verhuurd en behoort de parkeerruimte tot hetzelfde gebouwencomplex? in dat geval is de verhuur wel vrijgesteld.