de uitspraak van de hoge raad van 16 december 2022 geeft een nieuw inzicht. er is namelijk géén sprake van een periodieke uitkering, maar van telkens een jaarlijkse schenking. de vraag is daarmee: wordt een kleine schenking onder schuldigerkenning hierdoor wel aantrekkelijk? in casu hadden ouders gezamenlijk direct een schenking gedaan, maar ook vier opvolgende jaarlijkse schenkingen. dit gebeurde onder de opschortende voorwaarde dat ten minste één van de ouders nog in leven moet zijn ten tijde van het bereiken van die bepaalde datum. de akten zijn op één dag bij de notaris gepasseerd.
voorbeeld
stel, het vermogen van de ouders is zodanig, dat bij vererving naar twee kinderen ten minste het 10%-tarief van de erfbelasting van toepassing is. bij de notaris wordt aan de beide kinderen een vijftal schenkingen gedaan van €6.000, waarvan de eerste direct gedaan wordt, maar de volgende op 2 januari 2024, 2025, 2026, en 2027 – mits één van de ouders dan nog in leven is. de akten passeren op 1 juli 2023. jaarlijks wordt rente vergoed van 6%, die uiteraard ook toeneemt naarmate de jaren verstrijken. na 5 jaar is in totaal €30.000 schuldig erkend aan beide kinderen en wordt per kind tot eind 2027 €5.220 aan rente betaald. stel nu dat beide ouders zijn overleden begin 2028. de totale besparing aan erfbelasting is dan: 10% * (€30.000 + € 5.220) * 2 = €7.044. bij €1.000 aan kosten voor de akten is het voordeel ruim €6.000.
let op
in box 3 ontstaat voor de ouders een schuld en voor de kinderen een vordering in box 3, die door het nieuwe box-3-regime negatief kan uitvallen. dit mogelijke nadeel dient in het totaaladvies betrokken te worden.
tip
wil je cliënt kleinere bedragen schuldig erkennen aan kinderen en kleinkinderen? wijs hem of haar dan op deze uitspraak.