de wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (wml) geldt als minimumbeloning voor werk dat in nederland in dienstbetrekking wordt verricht. invoering van een uniform minimumuurloon draagt bij aan het principe van gelijke behandeling en beloning voor gewerkte uren. het minimumloon per uur wordt hierdoor niet alleen voor iedereen gelijk, maar ook inzichtelijker. uitvoerders (zoals de arbeidsinspectie) kunnen hierdoor ook beter controleren en handhaven.
lastenverhoging voor ondernemers
bij de overgang naar een minimumuurloon wordt uitgegaan van een 36-urige werkweek. het uurloon voor een werknemer die het wml verdient en een 38-urige werkweek heeft, gaat dan volgend jaar met 5,5% omhoog. een werknemer die het wml verdient en een 40-urige werkweek heeft, zal dan ruim 11% in salaris omhooggaan. deze verhoging, die volgt op de bijzondere verhoging van 10,15% per 1 januari dit jaar, leidt dan ook onomstotelijk tot een lastenverhoging voor ondernemers. met name in het mkb zal dit economische gevolgen hebben. op 14 februari jl. is dan ook tevens een motie hierover aangenomen. daarin wordt de regering verzocht te verkennen welke mogelijkheden tot lastenverlaging er zijn voor het mkb.