het hof oordeelt dat de vrouw voldoende aannemelijk maakt dat haar werkelijke rendementen lager zijn dan waarvan bij het rechtsherstel is uitgegaan. wel plaatst het hof hierbij de kanttekening dat het door haar aangegeven koersverlies op aandelen niet meetelt voor het werkelijke rendement. dit verlies is nog niet gerealiseerd. ook is het onzeker of het verlies ook werkelijk zal gaan worden gerealiseerd. voor een verdere verlaging van de box-3-heffing vanwege een individuele en buitensporige last is volgens het hof geen plaats. daarvoor moet de gehele financiële situatie van de vrouw in aanmerking genomen worden. die situatie geeft geen aanleiding voor een verdere vermindering.