het wetsvoorstel ziet ook op aanpassing van de huidige regeling om het bestuursverbod (artikel 106a fw) op te leggen en de mogelijkheid van het bestuursverbod (artikel 2:19c bw) bij (herhaaldelijke) turboliquidatie, alsmede op een uitbreiding op het inzagerecht (artikel 2:24 lid 4 bw) voor schuldeisers.
turboliquidatie in de praktijk
bij het ontbreken van baten, valt het tijdstip van ontbinding samen met de beëindiging van de rechtspersoon. dit geldt ook als een rechtspersoon schulden heeft. de regeling van de turboliquidatie biedt bestuurders in de praktijk de mogelijkheid om alle baten die er binnen de rechtspersoon zijn, te gelde te maken en met de opbrengst daarvan de schulden zoveel mogelijk af te lossen. vervolgens kan de rechtspersoon snel en eenvoudig worden beëindigd. in die situatie hebben de schuldeisers het nakijken en resteert de mogelijkheid om een verzoek bij de rechtbank in te dienen om de vereffening te heropenen.
de wetgever ziet een verhoogd risico op misbruik van de turboliquidatie en verwacht bovendien een toename van het gebruik (en misbruik) van deze regeling. dit heeft geleid tot het treffen van (tijdelijke) maatregelen om het risico op het onbetaald laten van schulden door onrechtmatig of frauduleus handelen van bestuurders te beperken.
heb je vragen over een turboliquidatie of wil je een vereffening juist opheffen? denise van zijl is advocaat ondernemingsrecht en kan je hierin adviseren en bijstaan (d.vanzijl@fiscount.nl).