de eerste twee opties worden sowieso uitgewerkt in nieuwe wetgeving. dat heeft het kabinet namelijk al toegezegd aan de eerste en tweede kamer bij de behandeling van de overbruggingswet box 3.

de derde verfijningsoptie betreft het creëren van een aparte categorie voor vorderingen, waardoor deze dan hetzelfde forfaitaire rendementspercentage krijgen als schulden. hierbij wordt met name gedacht aan geldvorderingen tussen natuurlijke personen.

optie vier is het opsplitsen van de categorie ‘overige bezittingen’ in meerdere categorieën met eigen forfaits, waaronder aparte categorieën voor effecten en voor onroerende zaken.

naast de verfijningsopties wordt onderzocht of de heffingskorting voor groene beleggingen kan worden verhoogd.

onroerende zaken in stelsel naar werkelijk rendement

ook wordt onderzocht hoe onroerende zaken het beste kunnen worden belast in een stelsel op basis van werkelijk rendement. daarbij wordt gekeken naar een combinatie van enkele varianten, zoals het belasten naar werkelijke inkomsten zoals huur, pacht en erfpachtinkomsten. en naar het belasten van de waardeontwikkeling van onroerend goed, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen woningen en niet-woningen. ook wordt onderzocht hoe eigen gebruik van onroerend goed in box 3 kan worden belast. een andere variant die wordt onderzocht, is het belasten van onroerend goed, waaronder grond, als resultaat uit overige werkzaamheden (row) in box 1.

nieuw stelsel definitief uitgesteld

het kabinet heeft nog geen beslissing genomen over de definitieve vorm van het nieuwe stelsel. wel laat staatssecretaris van rij weten dat een zorgvuldig wetgevingsproces met zich meebrengt dat het nieuwe stelsel op basis van het werkelijke rendement pas in werking kan treden op 1 januari 2027.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief