het hof stelt vast dat op 12 mei 2010 geen perfecte koopovereenkomst tot stand is gekomen, waardoor moet worden uitgegaan van de waarde van de onroerende zaken op 24 februari 2012. daarbij heeft de inspecteur een redelijke schatting gemaakt op basis van de woz-waarden van de onroerende zaak. de winstcorrectie bij de holding-bv is dan ook juist vastgesteld en de navorderingsaanslag vpb terecht opgelegd.

navorderingsaanslag ib

het hof oordeelt met betrekking tot de navorderingsaanslag ib dat de dga niet de vereiste aangifte heeft gedaan, nu hij daarin geen inkomen uit aanmerkelijk belang heeft aangegeven. de inspecteur maakt aannemelijk dat de onroerende zaak tegen een te lage prijs is verkocht. zonder tegenbewijs is daarmee ook voldoende aannemelijk dat er een bevoordelingsbedoeling aanwezig was. het taxatierapport waarnaar de dga verwijst, is daartoe niet toereikend omdat dat op onjuiste uitgangspunten is gebaseerd. belanghebbende, en daarmee ook de holding-bv waarvan hij immers bestuurder is, waren zich bewust of moeten zich bewust zijn geweest van deze vermogensverschuiving. de inspecteur heeft terecht een uitdeling in aanmerking genomen. de navorderingsaanslag ib is terecht opgelegd.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief