de rechtbank handhaafde de aanslag. het hof oordeelt dat de man met de door hem in hoger beroep overgelegde jaarstukken en aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 2015 tot en met 2021 overtuigend heeft aangetoond dat het gebruikelijk loon op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan het normbedrag van € 45.000. het hof stelt hierbij voorop dat het loon in bepaalde situaties lager kan liggen dan het normbedrag. bijvoorbeeld bij een slechte financiële positie van de vennootschap, waardoor het lagere loon voortvloeit uit het waarborgen van de continuïteit van het bedrijf. uit de jaarstukken en aangiften vpb volgt dat de holding in de jaren 2015 tot en met 2021 zeer bescheiden winsten behaalde en in de jaren 2019 en 2020 zelfs verlies leed. ook was er in alle jaren een negatief ondernemingsvermogen en een forse (soms oplopende) schuld aan de dga. de belastbare winst was in 2018 eenmalig relatief hoog (€ 35.617). het normbedrag in aanmerking nemen zou niet alleen leiden tot een verlies, maar de holding ook belemmeren om investeringen te doen in het belang van de continuïteit van de onderneming.
zorgwekkende financiële positie
de ene werk-bv had een winst in 2018 die nagenoeg nihil was, de andere werd op 9 augustus 2019 ontbonden wegens gebrek aan baten. uit deze vennootschappen kon de holding dus ook geen inkomsten verwachten. de financiële positie van de holding was zodanig zorgwekkend, dat haar continuïteit niet langer gewaarborgd zou zijn bij een gebruikelijk loon van € 45.000. het hof betrekt nadrukkelijk in zijn oordeel dat de holding bescheiden belastbare winsten in de jaren 2015, 2016, 2017 en 2021 kon realiseren door in het geheel geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. dit wil echter niet zeggen dat er helemaal geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. de man heeft immers werkzaamheden verricht voor de holding. bovendien vermeldt zowel zijn aangifte ib/pvv 2018 als de aangifte vpb 2018 van de holding een bedrag aan loon respectievelijk personeelskosten en is er loonheffing ingehouden en afgedragen. het hof stelt het gebruikelijk loon daarom conform de door belanghebbende ingediende aangifte ib/pvv 2018 vast op € 10.240.
bij vragen over het gebruikelijk loon kun je contact opnemen met onze adviseurs loonheffingen imke bos, janita klomp of hans tabak.