de kennisgroep oordeelt dat de leegwaarderatio nu wel mag worden toegepast. de langstlevende is immers zelf niet de huurder. deze ratio werkt zelfs door naar de vordering van de kinderen op de langstlevende. in werkelijkheid kan deze vordering hoger zijn vastgesteld, als de taxatiewaarde in verhuurde staat hoger is dan de forfaitaire waarde.

een andere vraag in dat verband is of de inspecteur bij het tweede overlijden de zaak niet zou kunnen omdraaien? de schuld van de langstlevende inclusief eventueel bijgeschreven rente is dan civielrechtelijk hoger, dan wanneer deze gebaseerd was op de woz-waarde minus de leegwaarderatio. in de literatuur wordt echter algemeen aangenomen dat toepassing van het waarderingsforfait op de overbedelingsschuld van de langstlevende een brug te ver is. ook a-g moltmaker in zijn conclusie voorafgaand aan bnb 1996/70 was deze mening toegedaan. deze kan dus voor de civielrechtelijke hoofdsom plus rente in mindering worden gebracht op de belaste verkrijging.

tip
we kunnen dus gewoon doorgaan met het vaststellen van de overbedelingsvorderingen op basis van de werkelijke waarden. leg deze vorderingen qua hoofdsom en rentekeuze goed vast.

 belastingadviseur en trainer estateplanning erik tops werkt voor fiscount en adviseert op het gebied van estateplanning en afwikkeling van nalatenschappen. hij is bereikbaar via e.tops@fiscount.nl en 038-45 61 900.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief