de laatste bedrijfsarts is daarentegen overgegaan van een situatie mét arbeidsmogelijkheden naar een situatie van gbm (geen benutbare mogelijkheden), zonder een goede medische onderbouwing. zijn argument was: “het lukte maar niet om de medewerkster aan het werk te krijgen”. voor de rechter was dit onvoldoende, en hij verklaarde mede daarom het beroep ongegrond. de werkgever stelt in hoger beroep bij de centrale raad van beroep dat er sprake was van marginale mogelijkheden en licht dit toe. de crvb geeft aan dat de gronden in hoger beroep in wezen een herhaling zijn van wat de werkgever in beroep al heeft aangevoerd. verder meent de crvb dat de bedrijfsarts de medewerkster heeft gevolgd in haar standpunt dat zij niet belastbaar is.

de crvb volgt de visie van de marginale mogelijkheden door de bedrijfsarts niet, omdat deze afwijkt van de medische beoordelingen door verschillende artsen voordien, de medische beoordeling nadien en het dagverhaal van betrokkene. in rov. 4.8 geeft de crvb de vaste lijn in de rechtspraak aan dat bij marginale mogelijkheden (beperkte arbeidsmogelijkheden) er enige mate van reintegratie-inspanning is vereist. opvallend is dat de crvb expliciet niet spreekt van spoor 2. spoor 2 inzetten bij marginale mogelijkheden blijft in de praktijk een terugkerend en lastig punt, wat vaak neerkomt op het weggooien van veel geld. desondanks houdt het uwv er vaak aan vast. tot slot: het blijft natuurlijk wrang dat als de werkgever publiek verzekerd zou zijn, het wel of niet hebben van arbeidsmogelijkheden pas bij de wia-keuring aan het licht zou komen. het opleggen van een ziektewetsanctie is dan niet aan de orde. hierdoor worden zieke medewerkers verschillend behandeld.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief