de werkgever had ook moeten onderzoeken of de werknemer de nadelige gevolgen van de beëindiging (zoals geen recht op een ww-uitkering en geen loon over de opzegtermijn) begreep en overzag. volgens de rechter is hier dus niet voldaan aan de voorwaarden ten aanzien van de opzegging door een werknemer. daarmee is er geen sprake van een beëindiging met wederzijds goedvinden, ondanks het feit dat de werkgever akkoord ging met de uiting van de werknemer om direct te willen vertrekken.

opzegging niet rechtsgeldig
de rechter ziet wel dat de werkgever besloot het contract te beëindigen toen hij die dag merkte dat de werknemer niet meer aanwezig was op het bedrijfsterrein. dit kwalificeert als opzegging door de werkgever. aangezien de werknemer daarmee niet instemde, zegde de werkgever daarmee de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig op. gevolg daarvan is dat de werkgever niet alleen de zogeheten gefixeerde schadevergoeding (over de niet in acht genomen opzegtermijn) en de transitievergoeding moet betalen aan de werknemer, maar ook een billijke vergoeding van € 3.500.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief