op 1 januari 2018 is de landbouwregeling afgeschaft. sindsdien zijn de prestaties van de maatschap btw-belast. in juni 2019 dient de boer een suppletieaangifte in met betrekking tot de overgedragen onroerende zaken. daarin herziet hij over de jaren 2016 tot en met 2020 de aftrek voorbelasting. daarvan heeft € 57.666 betrekking op de jaren 2018, 2019 en 2020. de maatschap meent daarom per 1 januari 2018 alsnog recht te hebben op aftrek van voorbelasting van € 57.666. de levering van de melkveehouderij zou achteraf bezien een overgang van een algemeenheid van goederen zijn. bovendien vindt de maatschap dat zij en de haar voorganger (het samenwerkingsverband) als één belastingplichtige moet worden aangemerkt. daardoor zou zij voor de btw in plaats zijn getreden van de boer.
uitspraak rechtbank
rechtbank noord-nederland is het met de maatschap eens dat zij in de plaats is getreden van de boer. in de periode januari 2016 tot 1 januari 2018 heeft de maatschap vrijgestelde prestaties verricht, waardoor de boer over de jaren 2016 en 2017 de in het verleden afgetrokken btw moet herzien voor 1/10 per jaar. vanaf 1 januari 2018 verricht de maatschap echter weer belaste prestaties, zodat zij vanaf dat moment als rechtsopvolger geen herziening meer hoeft toe te passen. de rechtbank wijst daarom de aftrek van herzienings-btw af.