de rechter is van oordeel dat het in deze situatie niet noodzakelijk was om de notulen en de aanvullende arbeidsovereenkomst te ondertekenen. de wilsovereenstemming tussen de bv en de dga stond namelijk al vast door het opstellen van de documenten ten behoeve van de dga als bestuurder en enig aandeelhouder. bovendien is de pensioenovereenkomst naderhand bekrachtigd, doordat de bv en de weduwe zijn gaan handelen op grond van die pensioenovereenkomst. dit handelen betrof het opnemen van een pensioenvoorziening op de balans en het betalen en ontvangen van de uitkeringen. met de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst heeft de weduwe haar aanspraak op de pensioenuitkeringen prijsgegeven. vanaf dat moment stond immers vast dat zij geen beroep meer zou (kunnen) doen op de pensioenovereenkomst. de naheffingsaanslag is dus terecht opgelegd.