in deze zaak krijgt de inspecteur gelijk. toch lijkt er een beetje ruimte (in andere gevallen) voor een andersluidend oordeel. het hof bepaalt dat de enkele omstandigheid dat er sprake is geweest van zogenoemde ‘prefinanciering’ uit eigen middelen door de dochter, niet in de weg hoeft te staan aan toepassing van de vrijstelling. daarvoor is wel vereist dat de begiftigde aannemelijk kan maken dat:
- hij/zij het oogmerk had om die kosten te financieren uit de schenking; en
- de schenking door de schenker ook daadwerkelijk is betaald ter uitvoering van dit oogmerk.
het hof sluit hiermee aan op het oogmerkcriterium uit de eigenwoningregeling voor de inkomstenbelasting. daar geldt een soortgelijk criterium bij prefinanciering met eigen geld, en latere herfinanciering met een lening. alhoewel er dus enige ruimte is, zal het toch verdraaid lastig zijn om aannemelijk te maken dat de schenker voornemens was om een schenking te gaan doen in verband met deze verbouwing, aankoop of aflossing. het advies is derhalve om het zover niet te laten komen. het is beter om de toekomstige schenker de kosten te laten voorschieten als een lening.
tip
heeft je cliënt kosten voorgeschoten die uit een latere schenking hadden moeten worden voldaan? beoordeel dan goed of het oorzakelijke verband aannemelijk kan worden gemaakt.