de belastingdienst deelt de aangifte vervolgens met de andere lidstaat, waar de onderneming actief is. de lidstaat van het hoofdkantoor moet daarna alle hieruit voortvloeiende belastinginkomsten overdragen aan de landen, waar de vaste inrichtingen zich bevinden. een ‘one-stop-shop’-benadering dus, onder de benaming head office tax system (hot). als de belastingplichtige de keuze maakt voor het head office tax system, geldt deze regeling voor 5 jaar. in het richtlijnvoorstel zijn de regels opgenomen met daarin onder meer een definitie van het begrip vaste inrichting. het voorstel ziet ook alleen op kleine en middelgrote ondernemingen. dat zijn ondernemingen die op de balansdatum de grensbedragen voor ten minste twee van de volgende drie criteria niet overschrijden:
a) balanstotaal € 20 mln.;
b) netto-omzet € 40 mln.;
c) gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar is 250.
bovendien ziet de regeling alleen op vaste inrichtingen en niet op dochtervennootschappen. de regeling zou per 1 januari 2026 in werking moeten gaan. het hot-systeem zou tot meer fiscale zekerheid en minder kosten voor het mkb moeten leiden. de regeling betreft ongeveer 24 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in europa, die een belangrijke factor in de europese economie vormen.