voor 2024 is de onderverdeling als volgt: de loonsomgrens voor klein/middelgroot is € 942.500 en voor middelgroot/groot € 3.770.000. val je in de categorie middelgroot? dan wordt een deel van de uitkering toegerekend, namelijk het gedifferentieerde deel, wat toeneemt zodra de loonsom stijgt. boven de loonsom van € 3.770.000 (grote werkgever) wordt de uitkering – in principe – in zijn geheel toegerekend, maar ook daar zit een maximum aan. voor de no-risker’s geldt een uitzondering. zij kunnen niet worden toegerekend, maar sinds
1 januari 2022 geldt hiervoor een extra voorwaarde.
voorbeeld
paul is langdurig ziek en ontvangt na 2 jaar een wia-uitkering (80 – 100%). paul is een wajong’er, voor wie een levenslange no-risk geldt. zodra paul uitviel, claimde zijn werkgever de loonkosten bij het uwv. zo kon de werkgever gedurende de 104 weken ziekte alle loonkosten terugvorderen – een voordelige regeling dus! zijn werkgever is een middelgrote werkgever met een loonsom van
€ 1,5 miljoen. normaliter verhaalt de belastingdienst de uitkering – deels – bij deze werkgever. echter, de belastingdienst mag de instroom van paul niet meerekenen vanwege de no-riskpolis. dit is dus extra interessant, want de werkgever heeft: a) geen loonkosten bij ziekte gehad; en b) géén toerekening voor 10 jaar. rekent de belastingdienst toch toe? dan moet je bezwaar indienen.
extra voorwaarde
sinds 1 januari 2022 mag de belastingdienst wél no-risk’ers toerekenen. wat is er veranderd? je moet vóór de instroom in een uitkering gebruik hebben gemaakt van de no-risk. vraag het recht op een no-risk dus altijd uit, anders laat je mogelijk veel geld liggen. het is dus goed opletten!