grosso modo zijn er twee grote voordelen verbonden aan het gebruik van een tweetrapsmaking. op de eerste plaats oefent de erflater zijn of haar invloed uit op het verloop van het geërfde vermogen, ook na het overlijden van de eerste erfgenaam. als een kind dat zelf geen kinderen heeft, zelf overlijdt na van (een van) zijn ouders te hebben geërfd, is er door de tweetrap grip op het geërfde vermogen. dan gaat dat geërfde vermogen verplicht naar de verwachter (de broers en zussen), zodat het vermogen in de ‘bloedlijn’ blijft en niet vererft naar een echtgenoot of partner. als een ouder dat gewenst vindt, is de tweetrapsmaking een goed instrument.
een ander groot voordeel is dat de broers en zussen door de tweetrapsmaking minder erfbelasting betalen bij de tweede vererving. een normale erfrechtelijke verkrijging van een broer of zus wordt belast met 30 tot 40% erfbelasting. echter, diezelfde erfrechtelijke verkrijging van een broer of zus als verwachter waarbij de ouder een tweetrapsmaking heeft ingesteld, wordt belast met 10 tot 20% erfbelasting. immers, bij de tweede vererving worden de andere kinderen geacht van de ouder te erven.
tip
heeft je cliënt bijzondere wensen over het in de bloedlijn houden van geërfd vermogen? of dreigt er een grote vererving naar relatief jonge kinderen? denk dan aan de tweetrapsmaking tussen broers en zussen.