voor de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden kan maximaal een percentage van 20 worden toegepast en de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden maximaal een percentage van 10. de 20-maandsperioden dienen net als de looptijd van de regeling gerekend te worden vanaf de eerste dag van tewerkstelling van de ingekomen werknemer door de (eerste) werkgever. dit heeft als gevolg dat de diverse percentages in een loontijdvak waarin de termijn van 20 maanden in de loop van de maand verstrijkt, moeten worden toegerekend aan het loon dat ziet op de beide periodes van 20 maanden.

tweede standpunt
het tweede standpunt betreft situaties waarin er geen recht is op de maximale looptijd. dat is het geval bij eerder verblijf of tewerkstelling in nederland of wanneer de 30%-regeling vier maanden na aanvang van de tewerkstelling is aangevraagd. de vraag is dan of:

  • het gekorte deel van de looptijd als eerste ten laste van de periode wordt gebracht waarin recht bestaat op ten hoogste 30% (korten aan de voorkant);
  • het gekorte deel als eerste ten laste wordt gebracht van de periode waarin recht bestaat op ten hoogste 10% (korten aan de achterkant).

volgens de kennisgroep wordt er gekort aan de achterkant. het gekorte deel van de looptijd gaat als eerste af van de periode waarin recht bestaat op ten hoogste 10%. (het derde standpunt wordt separaat toegelicht in het volgende item.)

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief