op 26 april 2016 is belanghebbende opnieuw toegetreden tot de maatschap, waarbij hij een vordering en vastgoed heeft ingebracht. in de aangifte inkomstenbelasting 2016 is het ingebrachte vermogen niet tot het box-3-vermogen gerekend per 1 januari 2016. de inspecteur legt een navorderingsaanslag op waarbij het box-3-vermogen wordt gecorrigeerd. volgens de inspecteur kan aan de overeenkomst geen terugwerkende kracht worden verleend omdat er sprake is van een incidenteel fiscaal voordeel.
hof arnhem-leeuwarden heeft geoordeeld dat in dit geval géén sprake is van een incidenteel fiscaal voordeel. het is in de praktijk niet ongebruikelijk dat een maatschapsovereenkomst met terugwerkende kracht wordt aangegaan. daarbij is het box 3-voordeel een permanent voordeel; niet alleen per 1 januari 2016 maar ook in de jaren daarna. aan de maatschapsovereenkomst kon daarom terugwerkende kracht worden toegekend.