de gerichte vrijstelling voor woon-werkverkeer is van toepassing als:

  1. er sprake is van vervoer in het kader van de dienstbetrekking (waaronder woon-werk); en
  2. er wordt voldaan aan de redelijkheidstoets.

de reis moet dus een overwegend zakelijk karakter hebben. woon-werkverkeer wordt gedefinieerd als binnen 24 uur zowel heen- als terugreizen tussen de woon- of verblijfplaats en de plaats van arbeid. de vergoeding moet ook naar alle redelijkheid ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking zijn gedaan. is de afstand tussen de woon- of verblijfplaats te groot geworden, dan kan deze keuze overwegend ingegeven zijn door persoonlijke argumenten.

wel of geen verblijfplaats?
hoe zit het vervolgens met de ritten tussen de camping en kantoor? of een camping als een (duurzame) verblijfplaats kan worden aangemerkt, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. de kennisgroep meent echter dat een camping geen verblijfplaats is als iemand daar slechts tijdelijk voor alleen de weekenden op verblijft; de vereiste duurzaamheid ontbreekt daarvoor. maar bij een langdurig verblijf van een paar maanden is er mogelijk wél sprake van een duurzame verblijfplaats. als de werknemer in die situatie van maandag t/m vrijdag tussen de camping en kantoor reist én de afstand tussen de camping en kantoor aan de redelijkheidseis voldoet, kan de reiskostenvergoeding onder de gerichte vrijstellingen vallen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief