hof den haag stelt eerst vast dat het ontdekken van de stortingen een nieuw feit oplevert dat navordering rechtvaardigt. vervolgens stelt het hof vast dat de betreffende correctie bij de bv in de vpb en de btw inmiddels al vaststaan. dat maakt de uitleg van de dga ongeloofwaardig. bovendien is het vermeende contante spaargeld ook niet aangegeven in box 3. de stortingen zijn terecht als uitdelingen aangemerkt.
ook de vergrijpboeten zijn terecht opgelegd. het is aan de voorwaardelijke opzet van de dga te wijten dat er te weinig belasting is geheven. de boetes zijn daarom passend en geboden.