de inspecteur stelt dat alleen het deeltijdonderwijs een economische activiteit is en dat de onderwijsinstelling slechts in zoverre recht heeft op vooraftrek. volgens hem moet de onderwijsinstelling daarom eerst een pre-pro-rata-berekening maken en vervolgens een pro- rata-berekening. daaruit volgt dat voor zover de gemengde kosten zien op de niet-economische activiteiten, er geen vooraftrek kan worden geclaimd. hof den haag is het hiermee eens. er is geen sprake van een verhouding van wederzijdse afhankelijkheid tussen de kosten van de verrichte economische en niet-economische onderwijsprestaties, waardoor alle activiteiten als economische activiteiten zouden kunnen kwalificeren. ook zijn de niet-economische activiteiten niet ondergeschikt aan de economische activiteiten. de eerstgenoemde activiteiten betreffen immers ruim 80% van het door de onderwijsinstelling aangeboden onderwijs.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief