het uwv bepaalt er maar meteen bij dat paul nieuw bedongen arbeid heeft en zijn werkgever gaat hierin mee. kortom, de werkgever moet hem dus wéér 104 weken lang laten re-integreren. paul heeft nu dus loon uit werk én een wia-uitkering. het uwv verrekent dit loon deels. pauls situatie verslechtert helaas verder en hij vraagt hierom wéér een herbeoordeling aan. na veel aarzelingen kent het uwv uiteindelijk een iva toe. het uwv blijft de verrekening op dezelfde wijze toepassen op de – nu – iva-uitkering, dus in het financiële voordeel van het uwv. hier gaat het mis. in het algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (artikel 3:4 lid 1 onder c) staat dat het loon níet als inkomen mag worden gezien als de medewerker voorafgaand aan een iva-uitkering een wga-uitkering genoot. omdat het loon in die situatie niet als inkomen kan worden gezien, mag het uwv het ontvangen loon dan niet verrekenen met de uitkering.

voorbeeld
gedurende de tweede wachttijd heeft paul recht op een volledige iva-uitkering van € 3.000 (75*€ 4.000). zijn werkgever betaalt hem € 1.000 loon per maand. het uwv verrekent die € 1.000 met de uitkering (voordeel uwv). maar volgens het inkomensbesluit mag het uwv het loon niet als inkomen zien – want toekenning iva vanuit wga-situatie – en dus niet verrekenen met de iva-uitkering. volgens artikel 629, lid 5 bw kan de werkgever het loon ad € 1.000 verrekenen met de iva-uitkering (€ 3.000). de werkgever wordt volledig gecompenseerd (voordeel werkgever) en moet de resterende € 2.000 aan paul uitbetalen. in deze casus is uitgegaan van nieuw bedongen arbeid en dus van een nieuwe tweede wachttijd voor 104 weken.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief