de rechtbank wijst voor zijn oordeel op de volgende feiten en omstandigheden:
- uit het kort voor de aankoop opgestelde taxatierapport blijkt dat de waarde in het economisch verkeer hoger is dan de koopprijs;
- het waardeverschil van € 35.000 is geen marginale afwijking;
- de waarde is drie maanden voor de levering van de woning bepaald in een woningmarkt met stijgende prijzen;
- er zijn geen aanwijzingen dat het taxatierapport onzorgvuldig tot stand is gekomen.
de waarde in het economisch verkeer is daarom bepalend voor de toetsing aan de criteria voor de startersvrijstelling. aangezien het maximumbedrag voor toepassing van de startersvrijstelling per 1 januari 2022 € 400.000 bedraagt, komen de man en de vrouw niet voor deze vrijstelling in aanmerking.