rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de man niet voldoet aan alle nadere cumulatieve voorwaarden voor toepassing van de werktuigenvrijstelling op zonnepanelen. die aanvullende voorwaarden zijn:

  1. het werktuig is onroerend;
  2. het werktuig wordt gebruikt voor een productieproces en niet om een gebouw beter te laten functioneren;
  3. het werktuig moet afgescheiden kunnen worden zonder dat het werktuig grote schade oploopt;
  4. het werktuig is geen op zichzelf gebouwd eigendom;
  5. onderdelen van een gebouwd eigendom kunnen alleen kwalificeren als werktuig voor de werktuigvrijstelling als het resterende deel na verwijdering van deze onderdelen zijn uiterlijke herkenbaarheid behoudt.

de rechtbank is het met de man eens dat de pv-installatie geen op zichzelf gebouwd eigendom (punt 4) is. zou het gebouw van het distributiecentrum worden afgebroken, dan zou daarmee immers ook de pv-installatie verdwijnen. de rechtbank is het niet eens met de stelling van de man dat voorwaarde 5 geen rol zou spelen, omdat de pv-installatie geen op zichzelf gebouwd eigendom is. een zonnepark zonder zonnepanelen is immers niet meer als werktuig zonne-energie-installatie te herkennen. de zonnepanelen kwalificeren daarom niet als werktuig. kortom, de gemeente heeft de woz-waarde van de pv-installatie op de juiste wijze vastgesteld.

 

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief