hof amsterdam oordeelt dat het algemene btw-tarief van toepassing is op de verzorgingsproducten. het hof verwijst hiervoor naar de uitspraak van de hoge raad van 8 september 2023. de hoge raad oordeelde dat de eu-lidstaten het 9%-tarief selectief mogen toepassen, tenzij dit in strijd is met het neutraliteitsbeginsel. de wet ob maakt onderscheid tussen geregistreerde geneesmiddelen (9%-tarief) en medische hulpmiddelen (21%-tarief). verzorgingsproducten vallen in de categorie medische hulpmiddelen. het onderscheid leidt niet tot een inbreuk op het neutraliteitsbeginsel, aldus de hoge raad. geregistreerde geneesmiddelen en medische hulpmiddelen verschillen namelijk zozeer van elkaar dat dit onderscheid van aanmerkelijke invloed is op de keuze van de consument tussen overigens vergelijkbare producten. ook leidt het hof uit de uitspraak van de hoge raad af dat de vereiste handelsvergunning niet in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel c.q. het evenredigheidsbeginsel. de inspecteur heeft daarom de verzoeken om btw-teruggaaf terecht afgewezen.