volgens het hof is er geen sprake van het gelegenheid geven tot baden, omdat naast een badfaciliteit ook andere diensten worden verleend. daarbij staat niet zozeer het reinigingsaspect voorop, maar meer het schoonheidsaspect. op de vergoeding voor de hammam- en rassoulrituelen is daarom het algemene btw-tarief van toepassing. de opgelegde naheffingsaanslag blijft in stand.