de kennisgroep successiewet (kg:063:2024:7) stelt zich op het standpunt dat een waardering op fiscale grondslagen niet mogelijk is. de specifieke waarderingsvoorschriften van artikel 21 sw gelden alleen als een in dat artikel genoemd goed zelf wordt verkregen. en niet als een vordering wordt verkregen die samenhangt met de waarde van een dergelijk goed. hierop bestaan enkele uitzonderingen, maar daar valt de vordering uit een finaal verrekenbeding niet onder. de vraag is overigens of dit erg is? jouw adviseur kan je daar meer over vertellen.