de rechter komt evenwel tot een ander oordeel. met het uwv is de rechter van oordeel dat de stichting, gelet op de feiten en omstandigheden, op grond van artikel 1 van het besluit compensatie transitievergoeding (hierna: het besluit), moet worden gezien als de werkgever.
in het besluit is de bepaling opgenomen dat een stichting expliciet is uitgesloten van compensatie. daarnaast is komen vast te staan dat de stichting na het vertrek van de dga nog enkele maanden is blijven functioneren. de stichting was daarmee in de ogen van de rechter niet volkomen afhankelijk van de aanwezigheid van de dga en de bv. daardoor kon de stichting ook niet onder de werking worden gebracht van artikel 4, aanhef, onder c van het besluit. de gemaakte inschattingsfout levert dus een nadeel op van € 62.000.
heb je hulp nodig bij het beoordelen van de mogelijkheden? neem dan contact op met mr. gert-jan van dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of 038-45 61 900.