de rechtbank oordeelt dat er geen strijd is met artikel 1 ep bij het evrm. de wetgever blijft met de villatax en de afbouw van de hillen-regeling binnen de hem toekomende beoordelingsmarge. de wetgever heeft met de eigenwoningregeling uitdrukking willen geven aan het totale voordeel dat een belastingplichtige heeft van zijn eigen woning. dat voordeel bestaat enerzijds uit een bestedingsaspect (het woongenot) en anderzijds uit een beleggingsaspect (de waardeontwikkeling). deze aspecten mag de wetgever betrekken in de belastingheffing. vanwege het beleggingsaspect mag er een hoger eigenwoningforfait worden vastgesteld voor duurdere woningen.

belastingplichtigen wordt op stelselniveau niet geconfronteerd met een buitensporige last. de schending van artikel 1 ep doet zich niet voor. ook leidt de belastingheffing over het positieve eigenwoningsaldo niet tot een individuele en buitensporige last. hierbij speelt met name mee dat het gezamenlijke inkomen van de man en zijn partner in 2021 € 150.533 bedroeg.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief