de hoge raad is het eens met het oordeel van hof amsterdam dat de vrouw vanaf 31 maart 2016 als buitenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt. zij is dan een nog niet binnenlands belastingplichtige aan het begin van het kalenderjaar die de box-3-regels voor binnenlandse belastingplicht tijdsevenredig moet toepassen. de hoge raad oordeelt dat deze uitleg aansluit bij de strekking van de regels voor partiële buitenlandse belastingplicht in het uitvoeringsbesluit ib 2001. die houden in dat buitenlandse werknemers die tijdelijk naar nederland zijn gekomen, als buitenlands belastingplichtig worden behandeld voor de heffing over box 2 en box 3.