in geschil is de maatstaf van heffing. is dat de verkoopprijs of de taxatiewaarde? hof den bosch stelt eerst vast dat er sprake is van een levering onder bezwarende titel, vanwege het rechtstreekse verband tussen de verkooprijs en de levering van de auto. de tegenwaarde van een prestatie is in de btw een subjectieve waarde en niet de volgens objectieve maatstaven geschatte objectieve waarde. vervolgens oordeelt het hof dat er geen sprake is van misbruik van recht, omdat:

  • het slechts om één relevante transactie (de levering van de auto) gaat en niet om een samenstel van handelingen om een belastingvoordeel te behalen;
  • enkel een abnormaal lage vergoeding op zichzelf beschouwd nog geen misbruik vormt;
  • het verkapte dividend niet tot de maatstaf van heffing behoort. er moet dan een concrete tegenprestatie tegenover het dividend staan, waardoor voldaan is aan de voorwaarde van het rechtstreekse verband.

volgens het hof is het voor overige belastingen in aanmerking nemen van een verkapt dividend onvoldoende om het rechtstreekse verband te veronderstellen. het gelijk is hier aan de bv.

andere zaak
onlangs oordeelde hof amsterdam in een andere zaak dat er wel sprake was van misbruik van recht. daarin koopt een fiscale eenheid van een holding-bv en een dochter-bv in 2014 een dure cabriolet, die begin 2015 voor een veel te lage prijs wordt verkocht aan de dga van de holding-bv. de inspecteur heeft deze handelwijze aangemerkt als misbruik van recht, omdat er te weinig btw is afgedragen door de kunstmatig lage prijs. hof amsterdam is het met hem eens. de handelwijze van de fiscale eenheid is in strijd met doel en strekking van de btw-richtlijn en de wet ob. de maatstaf van heffing voor de btw moet worden gecorrigeerd met het bedrag van de verkapte dividenduitkering.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief