daarvan is in elk geval sprake als de aanslag ten minste 30% te laag is, of als een belastingplichtige met een gemiddelde kennis van het fiscale recht, de onjuistheid in de aanslag direct onderkent. eenieder die weleens een aanslagbiljet heeft gezien, zal onderschrijven dat het constateren van een fout daarin lang niet altijd eenvoudig is. dus hoe werkbaar is dit criterium voor de praktijk? adviseur van de hoge raad, advocaat-generaal koopman, heeft in dit kader onlangs een interessante conclusie genomen. in de zaak die nu voorligt bij de hoge raad zijn navorderingsaanslagen over 2017 en 2018 opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek door de belastingdienst. tot zover niets bijzonders, dat gebeurt vaker. maar de definitieve aanslagen over die jaren waren conform de ingediende aangiften opgelegd, terwijl het boekenonderzoek al in volle gang was. de inspecteur had de aanslagoplegging niet tegengehouden gedurende het onderzoek. daardoor zijn de aanslagen zonder menselijke tussenkomst, geheel geautomatiseerd en conform de ingediende aangiften opgelegd.

kenbare fout
de rechter concludeerde dat de inspecteur daardoor niet beschikte over een nieuw feit, maar wel dat de fout kenbaar was. het gerechtshof oordeelde dat belanghebbende in redelijkheid niet kon menen dat de aanslagen op goede gronden waren vastgesteld, omdat tussen de adviseur van de belanghebbende en de controlerend ambtenaar correspondentie hierover gaande was. met andere woorden: de adviseur had onmiddellijk moeten zien dat de automatisch opgelegde aanslagen niet juist waren. en die kennis van de adviseur wordt toegerekend aan de belanghebbende, zodat de fouten voor hem kenbaar waren. de inspecteur mocht dus navorderen.

tip
ontvangt je cliënt een navorderingsaanslag? controleer dan allereerst goed of deze aan alle eisen voldoet. is er wel sprake van een nieuw feit, kwade trouw of een kenbare fout? bedenk daarbij dat de vakkennis die jij als adviseur geacht wordt te hebben medebepalend is voor de kenbaarheid van een fout en dus voor de mogelijkheid dat er later nog wordt nagevorderd. daardoor is het bij ontvangst van een te lage foutieve aanslag dus ook niet zoals bij de bekende monopoly-kaart: ‘een vergissing van de bank in uw voordeel, u ontvangt € 20.000’.

 

 

 

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief