rechtbank noord-holland oordeelt dat de boeken naar hun uiterlijke verschijningsvorm en inhoud kwalificeren als boek in de zin van post a30 van tabel i wet ob. de voorgedrukte teksten, spreuken, verhaaltjes, vragen en opdrachten zijn namelijk op zichzelf al lezenswaardig en inspireren tot het schrijven van stukjes die direct verband houden met die teksten. de voorgedrukte teksten zijn daarmee van niet-verwaarloosbare betekenis. de door de gebruiker geschreven teksten zijn hier ondergeschikt aan. de bv heeft terecht het 9%-tarief toegepast op de leveringen van de inspiratieboeken.