de belastingdienst neemt al snel aan dat er sprake is van een ter beschikking gestelde auto. zo geeft een werkgever in voorbeeld 5 (van de standpunten), in plaats van een leaseauto, een mobiliteitsbudget van € 800 per maand. de werknemer mag dat budget via een app inzetten voor zakelijke reizen. hij kan bijvoorbeeld een auto huren. gebruikt hij de auto toch privé? dan factureert het verhuurbedrijf de kosten rechtstreeks aan de werknemer. de werkgever controleert het (privé)gebruik verder niet en een eventueel restant van het budget wordt niet uitbetaald aan de werknemer.
feitelijke beschikkingsmacht
volgens de belastingdienst ligt de feitelijke beschikkingsmacht tijdens het gebruik van de auto bij de werknemer. die kan immers de auto besturen en naar eigen inzicht bepalen voor welk doel hij de auto gebruikt. de werkgever geeft geen gerichte zakelijke opdracht voor het gebruik van de auto en controleert het (privé)gebruik ook niet. het gesplitst factureren van zakelijke ritten aan de werkgever en de privéritten aan de werknemer maakt dat niet anders. omdat de werknemer op de dagen waarop de auto is gehuurd de feitelijke beschikkingsmacht heeft, geldt voor die dagen de bijtelling. tenzij de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé wordt gebruikt.
complexe materie
veel werkgevers en werknemers zullen niet bekend zijn met bovenstaande gevolgen van een op zich goed (en duurzaam) alternatief voor een leaseauto. de materie is ook behoorlijk complex. wellicht is het een idee om hiervoor een vergelijkbare regeling in te voeren als voor de bestelauto die meerdere werknemers doorlopend afwisselend gebruiken. in dat geval geldt een eindheffing van € 438.
bij vragen over de gevolgen voor de loonheffingen kun je contact opnemen met onze adviseurs loonheffingen.