het hof baseert haar oordeel op de uitspraak van de hoge raad van 13 december 1995  ecli:nl:hr:1995:aa3167 en heeft de waarde van de woningen vastgesteld op de woz-waarden, rekening houdend met de leegwaarderatio. de hoge raad oordeelt dat het hof de uitspraak van de hoge raad uit 1995 ten onrechte als uitgangspunt heeft genomen en dat zij artikel 21, lid 5 sw te ruim heeft uitgelegd.

dit artikel kan niet worden toegepast in een geval als dit, waarin de verkrijging bestaat uit certificaten van aandelen in een bv en waarbij een of meer woningen tot het vermogen van die bv behoren. het gaat bij (certificaten van) aandelen namelijk niet om vermogensbestanddelen waarvan de waardering naar haar aard rechtstreeks – geheel of gedeeltelijk – wordt bepaald door de waarde van een of meer vermogensbestanddelen waarvoor de successiewet 1956 een bijzondere regeling kent met betrekking tot de waardebepaling. voor zover de waarde van de desbetreffende woningen in aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de waarde van (certificaten van) aandelen, is het niet verplicht om de waarde van die woningen daarbij vast te stellen met toepassing van artikel 21, lid 5 sw. de woz-waarde kan wel als hulpmiddel dienen bij de waardebepaling, eventueel met correcties. de hoge raad verwijst de zaak naar hof den haag.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief