een gedupeerde vond dat het uwv de beslagvrije voet te laag had vastgesteld en ging in bezwaar tegen het uwv-besluit. vanwege de (te) lange doorlooptijden voor de behandeling hiervan, zette hij de stap naar de voorzieningenrechter om snel duidelijkheid te krijgen. door de te lage beslagvrije voet was er namelijk een noodtoestand in zijn bestaan ontstaan. hij kon niet meer in zijn levensonderhoud voorzien en kon ook geen eten meer kopen.
visie voorzieningenrechter
de voorzieningenrechter geeft aan dat het vaste rechtspraak is dat bezwaren over beslag en de omvang van de beslagvrije voet aan de burgerlijke rechter kunnen worden voorgelegd. het uwv is als derdenbeslagene alleen gehouden om volledig mee te werken aan het beslag. de uitvoeringsorganisatie mag niet zelf oordelen over de geldigheid en de omvang hiervan. dat laatste geldt ook voor de bestuursrechter (hier de voorzieningenrechter). de rechter kan alleen toetsen of het uwv het beslag op de juiste manier heeft uitgevoerd. het uwv heeft geen zeggenschap over het beslag zelf. de deurwaarder bepaalt de hoogte van de beslagvrije voet.
wat is de juiste route?
de burgerlijke rechter is hier bevoegd om te beoordelen of de beslagvrije voet tot een juist bedrag is vastgesteld. ook mag de burgerlijke rechter bepalen of er al dan niet aanvullende (zwaarwegende) redenen zijn om dit verder te verhogen. daarvoor moet de deurwaarder uiteraard wel gebruikmaken van de juiste informatie.
heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? neem dan contact op met mr. joyce b.e. paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.