hof den bosch geeft het gelijk aan de inspecteur. de overgelegde stukken en de verklaringen van de man zijn tegenstrijdig. hierdoor maakt hij onvoldoende aannemelijk dat:
- de gehele hoevewoning hem anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat;
- welk deel van de woning hem als zodanig ter beschikking staat.
ook maakt hij niet aannemelijk welk deel van de hypotheek kan worden toegerekend aan de door hem bewoonde verbouwde stal en dat hij de hypotheekrente daadwerkelijk heeft betaald. de aanslag ib-aanslag 2019 blijft in stand.