het hof oordeelt dat er geen sprake is van fraus legis. ondanks de korte duur van het geregistreerde partnerschap en het feit dat belastingbesparing het doel was om dit partnerschap aan te gaan, is het partnerschap volgens het hof niet ontbloot van elke reële praktische betekenis. het hof heeft daarbij de volgende omstandigheden in aanmerking genomen:
- de aankoop en verbouwing van een huis door de erflater (de zieke man), waarin de vrouw hem zou kunnen verzorgen;
- de verkoop van het huis van de erflater;
- de aanwezigheid in de weekenden van erflater bij de vrouw thuis;
- de psychische gesteldheid van de vrouw; en
- de overgelegde correspondentie met erflater, die de wederzijdse genegenheid tussen de vrouw en de erflater en de wederzijdse zorg voor elkaar onderbouwt. de vrouw heeft in dat kader foto’s overgelegd van het aangaan van het geregistreerd partnerschap in aanwezigheid van haar kinderen, diverse bezoekjes van de erflater aan de vrouw en de laatste dagen van zijn leven.
affectieve relatie
het hof gaat ook niet mee in de stelling van de inspecteur dat de vrouw feitelijk partner van haar ex-man is gebleven, nu zij – na het overlijden van erflater – weer met hem is gaan samenwonen. de vrouw heeft dit volgens het hof geloofwaardig weerlegd. zij en haar ex-man hebben al jaren geen affectieve relatie meer, maar zij heeft zijn hulp nodig vanwege haar psychische gesteldheid. overigens overweegt het hof nog het volgende. zelfs als een geregistreerde partner daarnaast feitelijk een affectieve relatie met iemand anders heeft, doet dat niet af aan de zorgverplichting van die geregistreerde partner tegenover zijn of haar partner. waar het om gaat is enkel of die zorgverplichting geen reële betekenis kan hebben, en daarvan is geen sprake in het onderhavige geval. de navorderingsaanslag erfbelasting moet worden vernietigd.