hof amsterdam stelt vast dat de inspecteur alleen in 2016 een expliciet standpunt heeft ingenomen ten aanzien van de hir. dat hij de vpb-aangiften over 2017, 2018 en 2019 heeft gevolgd inclusief de daarin opgenomen hir, betekent niet dat hij daarmee een expliciet standpunt heeft ingenomen over de hir in die jaren. dat geldt ook ten aanzien van het feit dat de inspecteur in die jaren vragen heeft gesteld over de hir.

bij de bv kan daarom redelijkerwijs niet de indruk zijn ontstaan dat de inspecteur zijn standpunt uit 2016 bij nader inzien onjuist heeft bevonden en daarop is teruggekomen. de hir en de dotatie van € 545.000 zijn met toepassing van artikel 12a wet vpb terecht toegevoegd aan de winst van de bv over 2016.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief