het beroep van de werknemer om de vordering af te wijzen op grond van redelijkheid en billijkheid slaagt niet. het maakt niet uit dat de werkgever daadwerkelijk geen schade zou hebben geleden. wel wordt de vordering gematigd tot 3 bruto maandsalarissen, omdat het dienstverband relatief kort heeft geduurd. rechtbank rotterdam oordeelt dat de werknemer aan zijn werkgever bijna € 23.000 moet betalen. voor de bepaling van het loon(begrip) is het maandloon plus de vakantiebijslag bepalend. de bijtelling van de auto wordt buiten beschouwing gelaten.
commentaar
is het voor werkgevers dus aan te raden om in een arbeidsovereenkomst geen tussentijdse opzeggingsmogelijkheid op te nemen? hier kleven zowel voor- als nadelen aan. immers, je kunt zo’n arbeidsovereenkomst als werkgever dan ook niet zelf tussentijds beëindigen (bijvoorbeeld via een vaststellingsovereenkomst).
heb je vragen over het opstellen van een arbeidsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst? neem dan contact op met mr. richard lukken, werkzaam als arbeidsjurist en trainer, via r.lukken@fiscount.nl of 038 – 45 61 900.