voorgesteld wordt dat per 1 januari 2026 niet langer wordt aangesloten bij de contractueel overeengekomen einddatum. fiscaal telt alleen nog maar dat de eerste lijfrentetermijn moet zijn uitgekeerd op 31 december van het jaar waarin de aow-leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt. banken en verzekeraars zullen hun communicatie moeten aanpassen en er moet een oplossing gezocht worden voor wat te doen in de tussenliggende jaren.
voorbeeld
stel dat een beleggingslijfrente bij 62 jaar expireert in 2026 en dat de lijfrentegerechtigde daarna nog 10 jaar de tijd heeft (tot jaar waarin de aow ingaat + 5 jaar in 2032) om een lijfrente aan te kopen. normaliter zullen bij expiratie de beleggingen door de bank of verzekeraar zijn verkocht en ‘verhuist’ de tegenwaarde naar een soort parkeerrekening, in afwachting van een bestemming. maar bij een verzekeraar is het voorstelbaar dat er een verlenging van de looptijd van de lijfrenteverzekering gaat komen, zolang een gerechtigde niet aangeeft waar het geld naartoe moet.