rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de inspecteur de kosten terecht heeft geweigerd. het is aan de man om aannemelijk te maken dat de kosten als onderhoudsverplichting aftrekbaar zijn. daarin slaagt hij niet. de man maakt namelijk niet aannemelijk dat:

  • de kosten periodieke uitkeringen of verstrekkingen zijn die rechtstreeks voortvloeien uit een verplichting in het familierecht; of
  • berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud.

 

zo maakt hij niet aannemelijk dat de meegenomen inboedel een periodieke uitkering of verstrekking is. de advocaatkosten zijn gemaakt om te ontkomen aan een alimentatieplicht. deze kosten zijn echter alleen aftrekbaar als deze zijn gemaakt voor het verkrijgen van alimentatie. dat de vrouw de huur van de woning niet heeft betaald, betekent niet dat de woning haar per definitie ter beschikking is gesteld als gevolg van een onderhoudsverplichting.

volgens de rechtbank lijken de standpunten van de man er eerder op te wijzen dat hij vindt dat zijn ex-vrouw geen recht had op het verblijf in de woning zonder daar huur voor te betalen – maar dat hij zich bij de ontstane situatie heeft neergelegd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief