de verdeling kon niet meer aangepast worden, omdat de aanslagen van de partners intussen onherroepelijk vaststonden. rechtbank den haag stelt dat het volgens de wettekst inderdaad niet meer mogelijk is om de verdeling alsnog aan te passen nadat de aanslagen definitief vaststaan. zo staat het in artikel 2.17, vierde lid van wet ib 2001. bij een collectieve uitspraak op een massaalbezwaarprocedure weten belastingplichtigen echter nog niet wat de cijfermatige gevolgen voor hen zijn. pas nadat de verminderingsbeschikkingen zijn afgegeven worden deze gevolgen duidelijk en kunnen de partners niet alsnog verzoeken om een andere verdeling.

de rechtbank vraagt zich af of dit gevolg wel was voorzien bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, dat heeft geleid tot de wijziging van de massaalbezwaarprocedure per 1 januari 2016. gezien de vele lopende procedures over het rechtsherstel box 3 heeft de rechtbank daarom besloten prejudiciële vragen aan de hoge raad voor te leggen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief