in deze situatie oordeelt de rechter dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat er inderdaad vanaf 1 januari 2016 sprake is van een arbeidsovereenkomst. de schijnzelfstandige bouwde vanaf die datum diensttijd op als werknemer. de rechter wees de gevorderde pensioenbijdragen echter af. daarbij overwoog de rechter dat pensioenopbouw een afspraak is tussen een werkgever en een werknemer, die in dit geval niet was gemaakt. er was geen pensioentoezegging en de werkgever was daartoe ook niet verplicht. de uitkomst in dit voorbeeld had anders kunnen zijn als er een bedrijfs- of beroepspensioenfonds zou zijn geweest, waarvoor een verplichtstelling geldt.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief