de inspecteur stelt na een boekenonderzoek dat op de huurinkomsten ter zake van het pand de terbeschikkingstellingregeling (tbs-regeling) van toepassing is en legt navorderingsaanslagen ib op over 2013 tot en met 2015.
hof arnhem-leeuwarden oordeelt dat het echtpaar het pand feitelijk ter beschikking stelt aan de holding-bv. aan het tussenschuiven van de dochter-bv komt geen of weinig reële praktische en economische betekenis toe, ook al heeft het echtpaar huurovereenkomsten gesloten met deze bv. de dochter-bv is niet meer dan een intermediair. de volgende feiten en omstandigheden acht het hof hiervoor van belang:
- het echtpaar is eigenaar van het pand, houdt middellijk alle aandelen in de holding-bv en heeft – als bestuurders van de stak – zeggenschap over de dochter-bv, de huurder van het pand.
- de dochter-bv heeft geen personeel in dienst en huurt voor al haar werkzaamheden personeel in van de holding-bv.
- de holding-bv heeft het recht om voor de dochter-bv de catering te verzorgen tegen een bepaald percentage van de door de dochter-bv gerealiseerde omzet uit de catering en de verhuur aan derden.
- de dochter-bv kan catering door derden alleen laten plaatsvinden met toestemming van de holding-bv en tegen betaling van een vergoeding aan de holding-bv.
- vanaf de herstructurering in 2007 heeft de dochter-bv – op 1 jaar na – structureel verlies geleden.
- de persoonlijke holding-bv van het echtpaar heeft een instandhoudingsverklaring afgegeven, waarin is bepaald dat de financiële ondersteuning van de dochter-bv na de herstructurering zal worden voortgezet.
- volgens de verklaring van de echtgenote verschilt de situatie in de jaren 2013 tot en met 2015 nauwelijks van de situatie vóór de herstructurering in 2007, toen de dochter-bv – met daarin het pand – nog via de holding-bv werd geëxploiteerd.