rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat de inspecteur over een nieuw feit beschikt dat navordering rechtvaardigt. hij was niet gehouden om bij het opleggen van de aanslag ib 2020 het vpb-dossier te raadplegen. vervolgens stelt de rechtbank vast dat bij de liquidatie van de stamrecht-bv het stamrecht (fictief) is afgekocht. de dga heeft immers bij de liquidatie van deze bv een bedrag ter grootte van het vermogen van de bv genoten en tegelijkertijd is daarmee het stamrecht opgehouden te bestaan. in dat geval wordt de waarde in het economisch verkeer van het stamrecht in de belastingheffing betrokken. de inspecteur heeft daarom terecht een navorderingsaanslag ib 2020 opgelegd, waarbij hij ter zake van de afkoop van het stamrecht € 163.622 (vordering € 164.073 minus kortlopende schulden € 451) als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking heeft genomen.