de inspecteur stelt dat er sprake is van psychisch leed, dat inherent is aan het ontslag. het hof vindt dat de psychische schade niet het gevolg is geweest van het ontslag, maar dat het ontslag het gevolg is geweest van de psychische schade (en de arbeidsongeschiktheid die die schade heeft veroorzaakt). dit wordt bevestigd in de wetgeschiedenis; een billijke vergoeding kan worden toegekend als het opzeggen van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

het hof past het toetsingskader uit het zogenoemde smeerkuil-arrest toe. op grond van deze rechtspraak vinden vergoedingen voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht – behoudens bijzondere omstandigheden, zoals bepaalde afspraken in de arbeidsovereenkomst – niet zozeer hun grond in de dienstbetrekking dat deze als daaruit genoten loon moeten worden aangemerkt. de uitzondering geldt als de werkgever aan zijn aansprakelijkheid een hogere vergoeding verbindt dan rechtstreeks uit haar aansprakelijkheid voortvloeit. in deze zaak zijn de werkgever en werknemer dergelijke afspraken niet overeengekomen, waardoor de uitzondering dus niet van toepassing is.

omdat het onafhankelijke partijen betreft, is het aannemelijk dat de werkgever niet meer aan de werknemer wilde betalen dan waar deze wettelijk recht op had. de volledige vergoeding is daarmee een onbelaste vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht, aldus het hof.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief