dit betekent dat het huwelijksvermogensregime fiscaal geen rol meer speelt bij ‘dergelijke’ schenkingen. alleen de echtgenoot die de schenking verricht, wordt als schenker aangemerkt.

voorbeeld
stel: piet en anna zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn vijf jaar geleden naar duitsland geëmigreerd. piet heeft de nederlandse nationaliteit, anna de duitse. anna ondertekent een schenkingsovereenkomst voor een schenking van € 100.000 aan hun dochter. onder de oude lijn werd aangenomen dat beide echtgenoten, vanwege de gemeenschap van goederen, als schenker moesten worden beschouwd. daardoor zou de helft van de schenking, het deel dat aan piet werd toegerekend, in nederland belast zijn. sinds de uitspraak wordt alleen anna nog als schenker aangemerkt. haar woonplaats en nationaliteit zijn doorslaggevend, waardoor de schenking buiten de nederlandse schenkbelasting blijft.

reikwijdte
de genoemde uitspraak heeft directe gevolgen voor schenkingen, níet voor nalatenschappen. bij schenkingen geldt nu een juridische benadering: alleen de handelende echtgenoot is relevant voor de belastingplicht. bij overlijden, met name bij toepassing van artikel 12 sw (180 dagen-regeling), wordt echter nog steeds een economische benadering gehanteerd. daarbij wordt een schenking binnen 180 dagen voor overlijden deels aan de overleden echtgenoot toegerekend. in de literatuur en rechtspraak is dit verschil als inconsistent bestempeld, maar het vormt op dit moment wel het geldende fiscale beleid.

tip
let goed op wie van de echtgenoten bij een grensoverschrijdend huwelijk de schenkingsovereenkomst ondertekent. dit kan een groot verschil maken in de fiscale uitkomst.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief