in deze casus zijn twee fiscaal partners voor 50% eigenaar van een woning, waarin een praktijkruimte aanwezig is. belanghebbende stelt zijn helft daarvan ter beschikking aan de onderneming van de partner. dit betekent dat alle opbrengsten bij hem belast zijn in box 1 onder de zogenoemde terbeschikkingstellingsregeling. nadat de partner de onderneming per 1 mei 2019 heeft gestaakt, dienen beiden afzonderlijk hun aangifte ib/pvv 2019 in. de aanslag van belanghebbende wordt conform de aangifte vastgesteld. de inspecteur stelt echter vragen aan de partner over de staking van de onderneming en corrigeert diens aangifte op grond van een uitgevoerde taxatie. vanwege zijn aandeel in de gerealiseerde boekwinst op de praktijkruimte legt de inspecteur aan belanghebbende een navorderingsaanslag op. maar de staking stond toch al in de aangifte van de partner, dus heeft hij wel een nieuw feit?

de rechtbank meent dat de informatie van de partner het nieuwe feit was, op grond waarvan de inspecteur kan navorderen. de inspecteur hoeft namelijk, na met normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de aangifte, niet te twijfelen aan de juistheid daarvan als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de aangifte juist is. daardoor is hij ook niet steeds gehouden het dossier van de (fiscale) partner van de belastingplichtige te raadplegen en kon hij navorderen bij belanghebbende.

tip
let op dat bij staking van een onderneming vermogensbestanddelen van de onderneming tegen de juiste waarde – de waarde in het economisch verkeer – worden overgeboekt naar privé. een navorderingsaanslag, eventueel verhoogd met een boete, ligt anders op de loer.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief